BIODANZA REIZEN

DANS, REIS EN LEEF !!

RITME

De dans van het leven heeft ritme. Ik ben op zoek naar een nieuw ritme in mijn leven, een nieuwe balans, een nieuwe cadans. Een nieuw bioritme. Ritme is essentieel voor een gezond leven. Ritme geeft plezier aan het leven. Dagelijks lopen, wekelijks dansen, jaarlijks op reis.
Welk levensritme brengt me een gezond leven? Wat is goed voor mij? Allerlei aspecten zijn van invloed, eten, bewegen. Alles in de natuur en in de schepping heeft een ritme meegekregen. Alles is ritme! Wat is mijn ritme? Wat is het ritme dat nú het beste bij mij past?

Mijn gezondheid dwingt me om na te denken over het ritme in mijn leven. Eerst wil ik nadenken en filosoferen over het begrip ritme. Ik heb een kleine studie gemaakt. Mijn studie start vanuit de biodanza. Biodanza is het leven dansen, biodanza is goed luisteren naar het (ritme van het) eigen lichaam. Vervolgens raadpleeg ik twee ‘ritmeboeken’. Eén daarvan is geschreven in het ´brievenschrijftijdperk´ en het andere in onze tijd, waarin berichten de wereld over flitsen. Er lijkt een tegenspraak te zijn tussen het ritme van de natuur en het ritme van de klok. Tot slot wil ik kijken naar het ritme in mijn persoonlijke leven. Mijn dagritme, mijn weekritme, maand, jaar.

Takata boem, takata boem, takata boem ….
Takata boem, takata boem, takata boem ….
Takata boem, takata boem, takata boem ….

Bij ritme denken we al gauw aan muziek. Klappen, tikken, drummen. Een herhaling, een refrein. Poëzie en dansen hebben ritme. Zelfs seks heeft ritme. Kijk naar de perfect geschapen natuur. De zon en de maan zorgen voor ritme. De opeenvolging van dag en nacht, licht en donker, opstaan en slapen gaan. De maan zorgt voor ritmische golven, voor eb en vloed. Zelfs de terugkerende menstruatie volgt het ritme van de maan. De cyclus van de vrouw en de cyclus van de jaargetijden. Alles heeft ritme. De hartslag en de ademhaling. De cadans van het lopen. Alles is ritme.

De grondlegger van Biodanza, Rolando Toro, verwoordt het zo: “Vanaf het allereerste begin, ‘de nacht der tijden’, heeft de mens zich gerealiseerd dat het universum doorkruist wordt door ritmische lijnen, door cycli van gebeurtenissen en door pulserende en trillende verschijnselen, waarbij sprake lijkt van een harmonieus plan, alsof er een ‘kosmische symfonie’ wordt uitgevoerd.”
Medisch antropoloog Rolando Toro zag in oude en vreemde culturen ‘een ordenende kracht; de schepping is een muziekles’. “Kennis van ritme stond voor religieuze macht (…) Degene die ritme, melodie en harmonie beheerste nam deel aan de goddelijke intelligentie.” Toro concludeert dat in de huidige westerse samenleving deze kennis van ritme verloren is gegaan: “Onze handelingen zijn niet langer natuurlijk, vloeiend en ritmisch. De mens heeft het contact met deze oorspronkelijke muziek verloren.” Met het ‘systeem biodanza’ vraagt hij aandacht voor ritme, één van de bewegingscategorieën.

In de zeventiger jaren verscheen van Mellie Uyldert het boek ´Levensritme´. “Eén groot kosmisch ritme spiegelt zich op aarde. Ons voelen en denken, liefde en inkeer, rust en arbeid, alles deint mee met deze eb en vloed. Wie zich vrijwillig aan dit ritme toevertrouwt, wordt erdoor gedragen en verslijt niet. Maar wie er tegenin leeft, verbruikt zijn kracht-reserve en veroudert vóór zijn tijd. Men kan het levensritme zelf ervaren en met vreugde beleven als men erin slaagt om als een goed zwemmer in te spelen op de golven van de oceaan des levens en zo geluk en kracht ontvangt van elk getij. Men hoeft zich slechts in te voegen in de levensdans om het leven te beleven en te begrijpen.”

Hoeveel mensen verzetten zich wel niet tegen het natuurlijke ritme en raken overspannen? Het geluk zit in de overgave aan de ritme van het leven, aan de levensdans. Daarbij heeft ieder mens en ieder lijf een eigen ritme. Jouw ritme is mijn ritme niet. Zo zijn er ook de seizoenen van een mensenleven: lente – zomer – herfst – winter.

Recenter (2011) schreef filosofe Marli Huijer het boek ´Ritme´ (Op zoek naar een terugkerende tijd). Zij zet ons aan het denken met vragen als: ´Doe je elke week iets dat je heel leuk vindt om te doen?´ Dat kan variëren, als je het maar herhaaldelijk doet. ´Eet je als je honger hebt?´ ´Doe je een dutje als je overdag moe bent?´ ´Heb je een wekker nodig om ´s morgens op te staan?´ Oftewel: leef je volgens de kosmische klok of volgens de mechanische klok? Vragen in het verlengde hiervan: `Ga je wel eens de natuur in zonder telefoon of horloge?´ `Observeer je de natuur en luister je naar je eigen lichaam?´

Duidelijk is dat de technologie invloed heeft op ons natuurlijke ritme, zelfs verstoort. Kijk naar het ritmeverschil van oude en nieuwe media. Zelf ben ik opgegroeid in het brievenschrijftijdperk. Ik ging er wekelijks voor zitten om brieven te schrijven, zeker toen ik in Brazilië woonde. Nu stuur ik appjes en plaats ik berichten op Facebook. Dagelijks, met vaak onmiddellijk een antwoord.
Over veranderde ritmes zegt Marli Huijer: “Vroeger ontmoetten mensen elkaar in de kerk, de kroeg of simpelweg ´s ochtends aan het ontbijt en ´s avonds aan het diner. Nu deze vaste ritmes wegvallen, lopen mensen het risico om elkaar te weinig te spreken.” Wat de filosofe betreft hoeft de mobiele telefoon niet de prullenmand in, maar mag wel op vaste tijdstippen worden uitgezet als dit het levensritme ten goede komt. “Met zelfdressuur en met een gestructureerde samenleving kan iedereen op een gezonde manier genieten van de vrijheid die de nieuwe technologie biedt.”

Mijn dagritme.
Ik ben een ochtendmens. Zonder wekker word ik dagelijks vanzelf om ongeveer zes uur wakker. En dan? Ik haal mijn telefoon uit de slaapstand en neem mijn eerste pilletje in. Ik zet thee en ga naar de wc. Ik drink veel in de ochtenduren. De stoelgang gaat als vanzelf. Vaak zet ik Radio 4 aan. Die zet ik weer uit als ik in mijn dagboek begin te schrijven. Na het ontbijt, waarin ik zoekende ben wat goed en gezond voor me is, ga ik de laatste tijd steeds vaker naar buiten, om buiten te zijn, om te bewegen, om hard te lopen. Discipline voor dagelijkse oefeningen kan ik nog niet echt opbrengen. Tussen de middag eet ik als het kan warm en doe daarna een dutje. De tv laat ik in de avonduren vaak onaangeroerd. Dat geeft rust. Om tien uur begin ik me voor te bereiden op de nacht. Tanden poetsen. Op bed val ik vrij snel in slaap.
Oh ja … de twee andere pilletjes, die ik overdag slik, vergeet ik wel eens. Ik ben teveel onderweg en op reis om een vast dagritme te hebben. Een dag thuis heeft, alleen al door de huishoudelijke taken, een heel ander ritme als een dag op het werk.

Mijn weekritme.
Sinds ik verhuisd ben naar Maastricht, reserveer ik de maandagavond om te dansen. Hoewel ik het zondagse samenzijn met zang en gebed heel erg kan waarderen, vind je mij niet elke zondag in de kerk. In mijn huidige weekritme zijn de dinsdag en de woensdag bestemd voor het werk in de Jonge Kerk. Ik probeer elke week enkele vrienden te bezoeken en op bezoek te gaan bij mijn ouders. Voor het organiseren van biodanzareizen en voor het schrijven van een blog heb ik nog geen vaste dagen of tijden, geen vast ritme.

Maandritme.
Eén keer per maand dans ik een hele zondag, een zogenaamde jaartraining van biodanza. Verder heb ik geen maandelijkse vaste dingen. Wel heb ik wensen. Eén keer per maand iets afspreken met mijn kinderen, bijvoorbeeld een ´ontbijtgesprek´ of een etentje. Bepaalde vrienden en vriendinnen hoop ik minstens één keer per maand te zien. Een maandelijkse fietstocht, sauna, is ook iets dat ik met een zekere regelmaat zou willen doen.

Jaar(getijden)ritme.
Het ritme van de seizoenen, de jaargetijden. Dan denk ik aan reizen. Net als vogels maak ik een trek. Ik houd meer van de zomer dan van de winter. Ik maak reizen naar warmere landen, biodanzareizen en vakantiereizen. Doorbreek ik daarmee het vaste ritme van de seizoenen? Alsof ik een leven lang lente en zomer wil hebben.
Jaarritme. Ik ben niet de persoon die jaren vooruit plant. Eén keer per jaar kom ik graag in Brazilië. Ik heb geen vast jaarritme met de Braziliëbezoeken. Zo vier ik niet jaarlijks (groots) mijn ver-jaar-dag. Dit jaar wel!

Alles heeft ritme. Alles is ritme. Natuur en mens hebben ritme. Technologische vindingen hebben ritme. Een voorspelbaar ritme, een bedacht ritme. Ik richt me het liefst op het ritme van de natuur. Ik wil meebewegen op de golven van het leven. Ik wil beter luisteren naar het ritme van mijn lijf. Wat is het ritme van mijn ademhaling, mijn hartslag, mijn lopen en bewegen? Wat voelt goed? Dat wens ik ook jou toe: een ritmische levensdans, waarbij je luistert naar het ritme van je eigen lichaam en met aandacht leeft voor het ritme van de natuur, alom present.