BIODANZA REIZEN

DANS, REIS EN LEEF !!

TAFELEN: DE BRIJ EN HET BREIN

Voordat iemand op bezoek komt wordt vaak aan de toekomstige tafelgast gevraagd: ‘wat eet je graag?’ of ‘wat lust je niet?’ Mijn antwoord: ‘Ik ben een gemakkelijke eter, ik lust bijna alles.’ Wel let ik steeds meer op wat gezond is.
Veel belangrijker dan wat je eet is hoe je eet. Met goed gezelschap smaakt het eten lekkerder en verteert het beter. Eten is meer dan het innemen van voedsel. Over de ingewikkelde relatie van de brij en het brein. Over eetgewoonten en de betekenis van tafelen. Wat ontbijt ik en wat haal ik uit de schappen van de supermarkt?

Er wordt veel gezegd en geschreven over gezond eten. Er bestaan talloze publicaties, recepten, diëten, kookboeken. De consumptie van melk en melkproducten is omstreden. Enerzijds wordt melk en zuivel aanbevolen, denk aan de traditionele ‘schijf van vijf’. Anderzijds wordt beweerd dat (veel) melk schadelijk is voor de gezondheid.
De bekende neuroloog Bas Bloem zegt: “Het levenslange gebruik van melkproducten veroorzaakt een verhoogde kans op het krijgen van parkinson.” Hij legt uit: “Als een bestrijdingsmiddel of een andere vervuiling in je lichaam komt, kan het de zenuwcellen in je darmen beschadigen.” Uiteindelijk worden de hersenen aangetast. Deze waarschuwing maakt me alert: ‘wat eet ik?’ Hoeveel zuivelproducten gebruik ik?

Ik heb mijn hele leven melk en melkproducten tot me genomen. In de zeventiger jaren werden we ‘gehersenspoeld’. Zeg maar gerust: met melk overspoeld. Ken je ‘Joris Driepinter’ uit de tijd van de boterberg en de melkplas? Ik dronk in die tijd meer dan drie glazen melk per dag. Vette verse net gemolken melk, rechtstreeks van de boer, met een laagje room er op.
Wat heb ik vroeger veel pap gegeten (Brinta, rijstepap, griesmeel, enzovoort). Brij als ontbijt en als nagerecht. Sinds ongeveer een jaar begin ik de dag met een bord havermout. Havermoutpap als ontbijt. Altijd met wat fruit er in. Uit gezondheidsoverwegingen ben ik pas overgeschakeld van melk op water voor het bereiden van de havermout.

Ik ben een goede en gemakkelijke eter, ik lust veel. Ik snoep niet, ik eet weinig zoete tussendoortjes. Ik ben geen drinker. Ik drink geen koffie, geen frisdranken en geen bier en slechts een enkel glas wijn. Geef mij maar een stevig bord warm eten, ‘slow food’. Als het even kan eet ik twee keer op een dag een warme maaltijd. Rijst, groenten, bonen of andere peulvruchten. Een paar keer per week vlees of vis. Vroeg in de ochtend eet ik een bord havermout en ’s avonds wat noten en pinda’s.
Dat is mijn gebruikelijke eetpatroon. Zo blijf ik op gewicht. Na jarenlang rond de 75 kg gewogen te hebben, is mijn lichaamsgewicht de laatste jaren stapsgewijs afgenomen. Het schommelt nu rond de 73 kg. Ik heb geen allergieën en geen verslavingen. Liefst neem ik geen voedingssupplementen. Drie maal daags slik ik het parkinson-medicijn, volgens voorschrift minstens een half uur vóór de maaltijd.

Ik kom er steeds meer achter dat het belangrijker is hóe ik eet dan wat ik eet. Daarbij laat ik me al dan niet bewust leiden door het brein. De zenuwcellen in de maag geven signalen af. De maag laat met geluidjes, met knorren en scheetjes, met spanningen en ontspanningen weten hoe voedsel ontvangen wordt, hoe welkom voedsel is. Het lichaam weet of de omstandigheden veilig, vertrouwd en fijn zijn om (samen) te eten.
Gezellig samen eten is vele malen waardevoller dan in je eentje eten, vaak volgens zelf opgelegde principes. Liever uitbundig bourgondisch tafelen dan me individueel houden aan een strak en karig dieet. Ik hoef maar op te letten op hoe mijn lichaam reageert om te weten wat goed voor mij is. Een gezellig etentje met z’n tweeën geeft me duizendmaal meer voldoening en levensvreugde dan een door een bio-kok bereide en verantwoorde maaltijd, die ik in mijn eentje op moet eten.
Is hier een verklaring voor? Ik merk dat als ik in gezelschap eet, het voedsel beter verteerd wordt. Eet ik misschien te snel en te gulzig als ik alleen eet? Zorg ik niet goed (genoeg) voor mezelf als ik alleen ben? Koken doe ik veel liever voor een gezelschap dan alleen voor mezelf. Van toegevoegde waarde voor de maaltijd is de tijd, liefde en aandacht, die je er in stopt. Goed eten is een feest. Samen aan tafel gaan is voedend en heilzaam. Dan is het niet meer zo belangrijk wát je eet.

Waar let ik op bij het boodschappen doen? Je zou zeggen dat de focus ligt op ‘wat eet ik?’ of ‘wat zullen we gaan eten?’ Ik neem de proef op de som. Ik pak mijn blauwe boodschappentas en loop in twee minuten naar de supermarkt. Mondkapje op. Het is niet druk. Ik tel drie klanten. Ik kan rustig neuzen om tot een keuze te komen. Ik heb van tevoren tegen mezelf gezegd: ‘verwennen mag’. De eerst komende dagen krijg ik geen bezoek, dus het gaat om eten voor mezelf. Met een supermarkt om de hoek koop ik normaal niet ver vooruit. De eerst volgende maaltijd is het ontbijt van morgenvroeg.
Ik loop langs de schappen en let op de aanbiedingen. Toch lijk ik alleen de dingen te zien die ik normaal altijd zie en koop. Boodschappen doen ‘out-of-the-box’, alleen voor mezelf, lukt me niet. Terwijl ik een paar dagen geleden nog de ingrediënten heb gekocht voor een Thaise groene curry voor het middagmaal samen met mijn dochter. Dit maal belanden in het blauwe winkelmandje: een tros bio-bananen, een pot zachte honing, vers fruitsap en twee pakken nootjes. Daarmee verwen ik mezelf.

De brij en het brein. Het liefste eet ik samen, net als ik het liefste samen dans! Eten is zoveel meer dan het – zonder nadenken – naar binnen brengen en innemen van (gezond) voedsel. Samen eten, tafelen, heeft voor mij een spirituele, religieuze lading die de puur fysieke betekenis van eten ver overstijgt.